Stroomversnellers

Kunnen NGO’s en sociale bewegingen authentieke bondgenoten zijn?

Dit artikel is een vertaling van het artikel ‘Can NGOs and social movements be authentic allies?’ van Micheal Silberman. Wij denken dat er een aantal interessante lessen uit te halen zijn voor NGO’s die zich meer met sociale bewegingen willen verbinden.

De nieuwe manier van denken, waarbij je systeemverandering ziet als complex, niet-lineair en onvoorspelbaar, sluit moeilijk aan bij de oude manier van werken van de grotere NGO’s.
Daar ‘tegenover’ staan sociale bewegingen, die ander zijn georganiseerd en daardoor meer flexibiliteit hebben om zich aan te passen aan wat er speelt op dat moment. Vooral NGO’s die campagnevoeren vragen zich daardoor steeds minder af of ze zich moeten verbinden met sociale bewegingen, en steeds meer wanneer en hoe.

Er zijn een paar dingen die dat echter bemoeilijken. NGO’s hebben — met hun zware besluitvormingsmodel voor het beheersen van risico’s, beschermen van merkidentiteit en bewaken van consistentie tussen verschillende personeelsleden en afdelingen — een totaal ander DNA dan sociale bewegingen.

Als dat nog niet genoeg was, dan zijn er nog de vele NGO-medewerkers die, terecht, tegengehouden worden door de angst sociale bewegingen te schaden. Want vaak wordt NGO’s verweten navelstaarderig te zijn zijn of bewegingen te willen inpalmen.

Daar bovenop is er ook nog de angst om hun eigen organisatie te schaden door juridische risico’s aan te gaan of een deel van de achterban van zich te vervreemden.

Desalniettemin is passiviteit tijdens een ‘socialebewegingsmoment’ ook een risico voor de relevantie en impact van een organisatie.

Hier zijn vier dingen die je als NGO kunt doen:

  • >> Krijg helder wat je bedoelt als je het hebt over ‘‘bewegingen’’
  • >> Weet wanneer je je merk moet achterlaten
  • >> Deel je goede naam
  • >> Zet geld en middelen in om sociale bewegingen te ondersteunen

We moedigen campagnevoerende organisatie aan, ze te overwegen.

1. Krijg helder wat je bedoelt als je het hebt over ‘‘bewegingen’’

De wereldwijde TckTckTck-campagne voor het klimaat stelde in 2009 voor een ‘‘beweging te creëren’’ met een bestuur van toonaangevende milieu-NGO’s. Maar zoals een van de coalitieleden zich herinnert:

‘‘Ik dacht hardop en in mezelf: bewegingen hebben geen besturen, stelletje sukkels.”

Het lijkt misschien vanzelfsprekend, maar hoe vaak praten we over sociale bewegingen en mensen die NGO’s ondersteunen als één en dezelfde groep?

Hoewel het klopt dat de donateurs, leden en supporters van een organisatie, door hun acties en loyaliteiten, onderdeel uitmaken van collectieve bewegingen voor verandering, zijn de meeste non-profitorganisaties niet zélf bezig met het opbouwen van sociale bewegingen.

Zoals de sociale bewegingen-ondersteunende organisatie Rhize het zegt:

“Een geweldloze sociale beweging pakt systemisch onrecht aan door middel van langdurige activering van verschillende gemeenschappen. Mensen verenigen zich onder een gezamenlijk doel en gebruiken collectieve actie om de bestaande machtsverhoudingen te veranderen en hun samenlevingen te transformeren.’’

De NGO’s die wij het meest bewonderen houden zich inderdaad ook bezig met het aanpakken van systemisch onrecht, het inspireren tot betekenisvolle acties, en het opbouwen van krachtige relaties met de achterban. En dat werk kan bijdragen aan het opbouwen van collectieve kracht en lange-termijn-macht voor sociale bewegingen. Maar slechts zelden kan een NGO legitiem beweren daadwerkelijk collectieve actie van verschillende gemeenschappen op gang te hebben gebracht.

Taal
De achterban heeft het door als NGO’s slordig zijn met hun taalgebruik.

‘‘Ik zie veel goede doelen in het Verenigd Koninkrijk die de taal van bewegingsopbouw beginnen te gebruiken. Ik ben bang dat het een poging is hun imago te veranderen om meer geld te kunnen ophalen en steun te verkrijgen,’’

aldus engagement-strateeg Paul de Gregorio, oprichter van Rally, dat werkt met sociale bewegingen.

Dit soort woordkeuze doet er toe, want meer helderheid omtrent ons begrip van sociale bewegingen stelt ons in staat productievere gesprekken te hebben binnen onze organisatie.

Daarnaast doet het recht aan de tijd en het grondige werk van de ware bewegingsopbouwers die vaak niet beschikken over dezelfde resources als NGO’s. Een organisatie die het basale vocabulaire van sociale bewegingen niet beheerst, loopt zelfs het risico leiders van sociale bewegingen en andere actoren waarmee ze wil samenwerken, tegen het zere been te schoppen.

2. Weet wanneer je je merk moet achterlaten

De meeste NGO-medewerkers vrezen voor het merk van hun organisatie als ze zich bezighouden met of steun uitspreken voor een sociale beweging. Deze zorgen lopen uiteen van het onopzettelijk berokkenen van schade aan de beweging met de zichtbaarheid hun merk (bijvoorbeeld door het naar zich toetrekken van alle media-aandacht), tot schade aan de eigen organisatie, zoals het verlies van donoren die tegen de acties van de sociale beweging zijn.

Andere zien het samenwerken met nieuwe en onbekende bewegingen als een positieve ontwikkeling voor veel NGO-merken. De vraag waar ieder team van NGO-leiders zich mee bezig houdt, is dus:

‘‘Kunnen we ons merk achterlaten als dat ons helpt onze missie te verwezenlijken?’’

Deze vraag stelde zich vooral scherp aan gevestigde groepen voor, bijvoorbeeld, vuurwapenbeperking in de Verenigde Staten, toen door jongeren geleide bewegingen als March for Our Lives opkwamen en snel impact hadden. Opeens gingen grote, diverse groepen de straat op en eiste ook het internet actie – en dat leverde resultaten op.

Dit wekte de interesse van engagement-strateeg Diana Pasquali, die werkte met Moms Demand Action, de vrijwilligersafdeling van Everytown for Gun Safety (de grootste organisatie voor beperking van vuurwapengeweld in de VS).
Pasquali suggereert dat NGO’s moeten leren sociale bewegingen te ondersteunen, terwijl ze tegelijkertijd plaats maken als de beweging zich ontwikkelt in een richting die minder goed aansluit bij het bestaande donateursbestand of lopende campagnes.

Na het bloedbad in Parkland hebben grote, nationale groepen als Everytown bijvoorbeeld achter de schermen steun geleverd op het gebied van logistiek en reiskosten om het door studenten geleide March for Our Lives te ondersteunen – zonder enige aanwezigheid op de voorgrond. Om zich voor te bereiden op voordelige ‘socialebewegingsmomenten’ als deze moeten NGO’s erachter komen wat ze bereid zijn te riskeren omwille van hun grotere doelen.

Risico’s
Werk ter ondersteuning van sociale bewegingen brengt onbekende risico’s met zich. Deze risico’s moeten niet op dezelfde manier worden behandeld als andere risico’s. Een kinderrechtengroep zou bijvoorbeeld nooit de veiligheid van een kind op het spel zetten, maar het is niet nodig zulke rigoureuze criteria te gebruiken om te bepalen of medewerkers kunnen deelnemen aan een klimaatstaking door jongeren, als uiting van solidariteit en om relaties en macht op te bouwen.

Het klopt dat een NGO, door samen te werken met sociale bewegingen, negatieve media-aandacht riskeert. Het kan ook leiden tot het verliezen van donors die liever willen dat de NGO en haar merk zich niet ontwikkelen. Maar leiders die prioriteit geven aan impact in plaats van het opbouwen van instituties, doen recht aan de urgentie van de uitdagingen waar we voor staan. Het loont voor ieder- een om de waarde op de lange termijn van systeemverandering mee te nemen in organisatorische risico-analyses.

3. Deel je goede naam

De meeste advocacy-organisaties zijn vele jaren bezig geweest hun PR- en communicatiemachines aan de praat te krijgen.
Dat kan van onschatbare waarde zijn bij het versterken van de boodschappen die sociale bewegingen willen uitdragen, het tonen van solidariteit en het bijdragen aan een bredere cultuurverandering in de samenleving.

Neem bijvoorbeeld het tegenhouden van een geplande kolencentrale in 2019 in Lamu, aan de Keniaanse kust. Deze overwinning werd gedragen door volksbewegingen. Het VN-Milieuprogramma publiceerde een case study die de nadruk legt op de manier waarop:

‘‘In de campagne werd vanuit de gemeenschap samengewerkt met groepen uit verschillende sectoren, op een grotere schaal dan alleen de lokale omgeving. Lokale en buitenlandse milieu- en mensenrechtenorganisaties waren actief betrokken [bij de strijd].’’

Naast het leveren van juridische, financiële en andere hulpbronnen aan activisten, gebruikten deze groepen hun merken en PR-capaciteit om een lokale strijd om te zetten in een nationale ‘‘deKOOLonisering’’-campagne die publieke steun verwierf in het hele land.

Een ander voorbeeld is de beslissing van Greenpeace om de controle over haar breed verspreide sociale mediakanalen een dag lang af te staan aan leerlingen van #FridaysForFuture in mei 2019. Zo konden deze leerlingen meer mensen bereiken.

‘‘Ze hebben gevraagd of ze Greenpeacekanalen kunnen gebruiken om gehoord te worden door iedereen die klaar is om in actie te komen tegen de noodsituatie van het klimaat – en dus geven we ze die toegang,’’

aldus de toenmalige uitvoerend directeur van Greenpeace International, Jennifer Morgan.

Ze vervolgde: ‘‘We moedigen andere NGO’s aan het- zelfde te doen.’’

4. Zet geld en middelen in om sociale bewegingen te ondersteunen

Sociale bewegingen hebben doorgaans te weinig middelen. Ze worden gedragen door vrijwilligers en leiders die door hun toewijding aan de zaak vaak geen betaald werk kunnen hebben – of zelfs ook maar hun kinderen regelmatig te zien.
Institutionele subsidiëring is moeilijk of onmogelijk veilig te stellen omdat sociale bewegingen niet bereid of in staat zijn te voldoen aan de eisen van traditionele subsidieaanvragen en procedures op het gebied van inkoop, personeelsbeleid, monitoring of interne controle.

Het gat overbruggen
De informele of niet-traditionele structuren waarbij sociale bewegingen gedijen sluiten niet aan bij de voorkeuren van de meeste donateurs. We moeten dit gat overbruggen als we allemaal willen profiteren van de grote innovaties die sociale bewegingen kunnen inbrengen in het proces van sociale verandering.

NGO’s kunnen bijvoorbeeld in de bres springen voor sociale bewegingen ten overstaan van hun financiers en achterban.

‘‘Vraag donateurs om in gelijke mate te doneren aan de organisatie en aan een sociale beweging,’’

Randall Smith, oprichter van PowerLabs.

De organisatie Showing Up for Racial Justice, die witte mensen mobiliseert om raciale rechtvaardigheid te bepleiten, deed iets dergelijks door haar donateurs te vragen hetzelfde bedrag te doneren aan door Zwarte mensen geleide groepen, als aan de eigen organisatie. Dat soort activisme is niet altijd makkelijk, snel of succesvol. En soms is het delen van je imago een risico.

Deel je middelen
NGO’s kunnen ook snel en makkelijk andere, maar even waardevolle, middelen uitlenen of delen, zoals toegang tot vergaderruimtes, kleurenprinters, voedsel, toegang tot Photoshop, en traangasmaskers.

‘‘Dit lijkt klein bier, maar het kan belangrijk werk maken of breken.

Tijdens een recente blokkade tegen pijpleidingen op gestolen inheems land, hadden landverdedigers basale zaken nodig, zoals voedsel, drinkwater, grotere tenten, sigaretten, enz. Er is geen subsidieverstrekker te vinden die een sociale beweging op dit soort vlakken ondersteunt voor een 28-daagse sit-in, en we moeten altijd een beroep doen op onze gemeenschappen en netwerken. Dit zijn concrete materialen die NGO’s ter beschikking kunnen stellen, en het zijn ook zeer belangrijke gebaren van welwillendheid.’’

Sarah Ali, organizer en MobLab-collega

Werktijd inzetten
Een van de grootste manieren waarop NGO’s sociale bewegingen kunnen ondersteunen, is door de werktijd van hun eigen medewerkers in te zetten.

‘‘Laat medewerkers all-in gaan om een sociale beweging te ondersteunen als individuen, niet als coalitiepartner.

Medewerkers kunnen zich nestelen in een organisatie en hun expertise gebruiken om te helpen, en bovendien andere middelen binnen te halen – geld, mensen, relaties – die de sociale beweging ondersteunen.’’

Lysa John, secretaris-generaal van CIVICUS

Lysa John, secretaris-generaal van CIVICUS, suggereert dat NGO’s kunnen helpen de ‘schwung’ van een sociale beweging te ondersteunen door niet-residentiele beurzen te verstrekken aan organizers en leiders van sociale bewegingen die hun leven aan de strijd wijden zonder enige vorm van regelmatig inkomen. Zo kunnen zij doorgaan met wat alleen zij het beste kunnen.

Samengevat

Doe vroeg mee, en wees aanwezig zonder agenda.

Kom erachter wat nodig is door er te zijn en te luisteren. Verberg je organisatorische loyaliteit niet, maar maak duidelijk dat je er niet alleen bent uit solidariteit maar ook om erachter te komen hoe je zou kunnen bijdragen. Onthoud dat je het daar niet voor het zeggen hebt.

Luister vóór je doet.

Iedere sociale beweging heeft op haar eigen manier middelen nodig. Wat hebben organizers het hardste nodig en waar ben jij authentiek goed gepositioneerd om iets te doen – zowel nu als op de lange termijn, nadat de publieke belangstelling is vervaagd.

Wees verantwoordelijk.

Beschouw jezelf als deel van de beweging, niet slechts als een toeschouwer of helper. Als dingen misgaan, denk dan vanuit oplossingen en neem verantwoordelijkheid voor je fouten. Accepteer verantwoordelijkheid en wees bereid om suggesties en constructief advies te ontvangen.

Vertaling : Job Veltman

Foto: Foto door Markus Spiske via Pexels