Een verkenning naar Community Organizing

Deze handleiding is ook beschikbaar in PDF format.

Open in PDF

De aanleiding van deze verkenning

We leven in een tijd waarin maatschappelijke problemen verregaand worden geïndividualiseerd. Dit speelt bijvoorbeeld bij wonen, zorg, armoede en gezondheid. Op het moment dat iemand moeite heeft met huisvesting wordt dit gezien als zijn probleem, vaak ook door die persoon zelf.  Samen met misschien familie, vrienden en wellicht een hulpverlener wordt een oplossing gezocht. Schaamte speelt hierbij een grote rol. Doordat het probleem wordt gezien als een persoonlijk falen, blijft het een zaak van het individu en zijn kleine kring. Dit zorgt ervoor dat het probleem klein wordt gemaakt.

Die problemen zijn echter maatschappelijke problemen. Problemen waarbij we als samenleving de taak hebben om deze gezamenlijk op te lossen. Samen zorgen dat iedereen een dak boven zijn hoofd heeft, dat iedereen elke dag kan eten en dat iedereen in een gezonde leefomgeving woont. Dit is allemaal vastgelegd in verdragen en conventies.

Tussen de eerder omschreven individualisatie en de hierboven genoemde collectieve afspraken gaat het vaak mis. In de praktijk blijkt dat veel mensen geen huis hebben, niet de zorg ontvangen die ze nodig hebben en dat buurten, gemeenschappen dus, door nieuwbouwplannen uit elkaar gerukt worden. Dan is het nodig dat deze getroffen gemeenschappen zich organiseren om deze belangen te verdedigen.

Daarom heeft LSA Bewoners de opdracht tot deze verkenning gegeven. LSA heeft altijd naast de bewoners van buurten gestaan en geïnvesteerd in het vormen van gemeenschappen. Community organising is een logische volgende stap.

In de volgende hoofdstukken wordt, aan de hand van praktijkvoorbeelden en theorie, een direct bruikbaar stappenplan geschetst om de buurt weer van de buurt te maken en hoe overheden zich zouden kunnen verhouden tot deze actieve buurten.


1. LSA Bewoners

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) is halverwege de jaren tachtig opgericht als netwerk van opbouwwerkers en later verzelfstandigd naar een vereniging van bewonersorganisaties. Meer dan tweehonderd organisaties, van bewonersbedrijven tot zorginitiatieven en van energiecoöperaties tot buurtmoestuinen, zijn lid.

Door op deze manier partijen te verenigen tot een netwerk heeft LSA een unieke blik op wat in Nederlandse buurten en wijken speelt. Vanuit deze rol worden pilots opgezet, kennis gedeeld en de algemene belangen van initiatieven behartigd.

Het doel is bewoners en hun initiatieven centraal te stellen in beleid en uitvoering. Of het nu gaat om bewonersbedrijven, eenzaamheidsbestrijding of de energietransitie; ze vragen allemaal om een gedegen wijkaanpak. In de visie van de LSA ondersteunen overheid, beleid en professional de gemeenschapskracht en hebben bewoners de regie over de wijk of buurt.

De ABCD-methode wordt gebruikt als uitgangspunt voor dit werk. Met deze verkenning wordt onderzocht hoe Community Organising daar een aanvulling op kan zijn. Er wordt gekeken naar de overeenkomsten, de verschillen en hoe deze aanpakken elkaar kunnen versterken, verrijken en meer bewustzijn over de eigen rol van bewoners kunnen creëren.

2. Asset Based Community Development

Meer dan twintig jaar werkt LSA met ABCD. Hierbij wordt uitgegaan van een fundamenteel andere kijk op gemeenschapsvorming en wijkontwikkeling. Niet wat er niet is, maar juist wat er wel is, staat centraal. De talenten en ervaringen van mensen, de kwaliteit van de openbare ruimte en de bestaande wijkstructuren. LSA ondersteunt sinds 2003 de bewoners in hun weg naar deze centrale rol met kennis, trainingen, coaching én een sterke lobby.

Een recente mijlpaal is de publicatie van het handboek ‘Altijd Nieuw Gedoe’ in 2020 en een jaar later de lancering van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Het besef dat het in veel wijken niet goed gaat én dat tegelijkertijd veel maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en zorg, alleen maar vanuit de wijk en met de wijk aangepakt kunnen worden. 

ABCD is geen project of interventie met een checklist, maar het zichtbaar maken, versterken en onderhouden van een gemeenschap. Permanent. Als community builder werk je vanuit oprechte interesse aan duurzame en structurele verandering Het gaat in de eerste plaats over macht in de wijk. Deze ligt vaak bij de gemeente, de corporatie of een ander instituut. Het doel van ABCD is deze macht te doen verschuiven. Niets wordt besloten en uitgevoerd zonder de wijk. De partners zijn gelijkwaardig, de buurt is leidend.

ABCD begint altijd met de bewoners zelf, verenigd en zonder hulp. Pas daarna kunnen zij beslissen of ze hulp van buitenaf willen. Als het nodig is kunnen ze vervolgens kijken hoe ze dingen met hulp van buitenaf kunnen organiseren. Dus: door de buurt, met de buurt en voor de buurt!

3. Community Organising

Community Organising is hoe een gemeenschap een belangenconflict met een instantie of bedrijf op kan lossen. Bijvoorbeeld als wijkbewoners, als collectief, iets nodig hebben van een instantie, en deze instantie niet bereid is dat te doen. Wanneer de gelijkwaardigheid hersteld moet worden.

Door mensen samen te brengen en de benodigde macht te organiseren, kunnen de gewenste veranderingen afgedwongen worden. Zo krijgt de wijk een betere positie aan de onderhandelingstafel, in de lobby en in het maatschappelijk debat. Community Organising zet je in als je iets wilt veranderen en hiervoor de buurt op de been wil brengen. Het is een methode die bestaat uit een aantal ingrediënten die niet zonder elkaar kunnen, namelijk:

  • Luisteren naar de wijk;
  • Relaties aangaan en onderlinge relaties versterken;
  • Verhalen vertellen;
  • Organiseren van sterke teams en structuren;
  • Leiderschap zoeken en ontwikkelen;
  • Strategie;
  • Actie.

Community Organising en ABCD

Beide aanpakken hebben veel overlap, maar er zijn ook verschillen. Juist daarin kunnen ze elkaar versterken en tot een beter resultaat komen. Geen Community Organising zonder ABCD.

De overeenkomsten:

  • Benutten van de kracht van de gemeenschap;
  • Bouwen van onderlinge relaties;
  • Inzetten van kennis, capaciteit en middelen van de wijk;
  • Luisteren naar buurtbewoners als startpunt.

De verschillen:

  • ABCD werkt het beste als het machtsverschil tussen partners zo klein mogelijk is;
  • ABCD is gericht op het bouwen van een gemeenschap om problemen op te lossen;
  • Bij Community Organising is die gemeenschap de basis om een conflict aan te pakken.

4. Een kleine geschiedenis over Community Organising

Groepen mensen met een gezamenlijk probleem hebben zich sinds mensenheugenis georganiseerd om iets gedaan te krijgen van mensen met meer macht. Van de tempelbouwers in het oude Egypte tot de klimaatprotestanten heden ten dage.

Socioloog Saul Alinsky bracht in de jaren dertig de vakbondsaanpak naar de arme wijken van Chicago. Op die manier loste hij armoede, criminaliteit en andere sociale problemen op. Vervolgens ging de aanpak de hele wereld over, vooral in Engelstalige landen wordt het, tot op de dag van vandaag, veel gebruikt.

In Nederland pikt de adjunct-directeur van de sociale academie in Driebergen, Piet Reckman, als eerste het werk van Alinksy op. Het is het begin van het politiserend opbouwwerk in Nederland. Een methode die, met pieken en dalen, nog steeds gehanteerd wordt. Zowel binnen het onderwijs als bij organisaties daarbuiten.

Bezuinigingen en een veranderende tijdgeest zorgden aan het begin van deze eeuw voor zo’n dal waarbij de focus werd verlegd naar individuele hulpverlening. De afgelopen jaren is de interesse voor een meer collectieve aanpak van problemen in wijken juist toegenomen. Door schade en schande wijs geworden, beginnen we in te zien dat de individualisering van collectieve verantwoordelijkheden veel andere problemen oplevert. Problemen die niet alleen het individu schaden maar ook de maatschappij als geheel. Daarmee neemt ook de interesse voor de organising methode van Alinsky, en zijn werk ‘Rules for Radicals’, toe. Eén van de beste organisingverhalen in Nederland is misschien wel de sloop van de Tweebosbuurt in Rotterdam. Daarom hebben we Mustapha Eaisaouiyen geïnterviewd.

5. Community Organising, hoe doe je dat?

De benodigde ingrediënten van Community Organising werden al eerder genoemd. Hieronder behandelen we ze stuk voor stuk.

1. Luisteren naar de wijk

Wie een wijk wil organiseren moet weten wat er speelt en luisteren naar al haar bewoners. Niet alleen de mensen die zich al laten horen, niet degenen die je aannames bevestigen, maar naar iedereen. Dat vraagt om een systematische aanpak.

Wie mensen bij elkaar brengt en om hun mening vraagt, zal eerst en vooral de mensen horen die al een sterke mening hebben en makkelijk het woord nemen. Taalbarrières, aannames over de afzender, de beschikbare tijd en denkruimte in een druk, vaak stressvol, bestaan kunnen velen in de weg staan.

Wie echt naar, zoveel mogelijk, mensen wil luisteren, begint er bij eentje. Door letterlijk langs de deuren te gaan is de kans groter dat je ook de mensen bereikt die zich anders nooit laten horen. Het is verbazingwekkend hoe enthousiast mensen reageren als je oprecht luistert naar hun mening.

Een goede gespreksopbouw is essentieel om van deze contactmomenten te leren. Wat er speelt, wat mensen raakt en waarom. Ga op zoek naar BOND issues. Breed gedragen, Oplosbaar, het speelt Nu en het wordt Diep gevoeld. De gesprekken helpen ook om het karakter van de gemeenschap te leren kennen. Welke woorden gebruikt worden, hoe wordt er gecommuniceerd. In het verhaal van Mustapha en de Tweebosbuurt komen ouderen voor die digitaal niet vaardig zijn. Veel online communiceren draagt in zo’n situatie niet bij aan het bijeenbrengen van mensen.

Luisteren

  • Ga gesprekken aan van mens tot mens, ga langs de deuren.
  • Zorg voor de juiste gespreksopbouw, stel je voor, leg uit waar je voor komt. Geef mensen de ruimte om te weigeren.
  • Bouw een connectie op, toon interesse in wie de ander is, wees oprecht.
  • Werk met een script of standaard vragenlijst zodat de antwoorden vergelijkbaar zijn.

Breedgedragen - Oplosbaar - Nu spelend - Diep gevoeld (BOND)

2. Relaties aangaan en versterken

Duurzame relaties zijn een belangrijk onderdeel van Community Organising. Hoe sterker de onderlinge relaties, hoe meer je kunt dragen met elkaar. Na de kennismaking is het dus belangrijk om de relatie te versterken.

Om samen risico’s te nemen, te leren van fouten en iets te bereiken is een vertrouwensband nodig. Dat lukt alleen door van elkaar te weten wat de ander beweegt, welke kennis ingebracht wordt en welke emoties er spelen. Vertrouwen en respect moeten wederkerig zijn om ervoor te zorgen dat mensen willen samenwerken.

Sterke relaties zijn daarnaast nodig om mogelijke meningsverschillen op te vangen, om compromissen te sluiten en om mensen te motiveren en te activeren om gezamenlijke doelen te bereiken. Investeren in een sterke relatie kan niet zonder onderlinge coaching en uitwisselen van feedback. Nog belangrijker? Leuke dingen doen en het vieren van successen! Soms is het omgekeerd. In Rosmalen leerden de buren elkaar kennen via de buurtcamping en wisten elkaar zo te vinden toen het nodig was.

Relaties

  • Investeer in sterke relaties. Blijf in gesprek, wissel feedback uit en stem af met elkaar.
  • Voeg een sociaal element toe aan bijeenkomsten. Blijf (nieuwe) mensen (be)trekken.
  • Doe leuke dingen, vier successen.

3. Verhalen als bindmiddel

Mensen vertellen elkaar verhalen, dat zit in ons DNA. Het bindt een groep. Verhalen vertellen is een veel effectievere manier om mensen te betrekken dan droge informatie. Een goed verhaal gaat over hoe we een tegenslag overwinnen of een dilemma oplossen. Het liefst is het verhaal kort en bondig, zodat de meeste mensen het ook daadwerkelijk zullen lezen. Als organiser of buurtgroep gebruik je vaak drie soorten verhalen die in elkaar haken:

  1. Een verhaal over wie jij bent, wat je drijft en wat je komt doen. ‘Laat je kennen’ en bouw een relatie op.
  2. Een verhaal over ‘ons’ is het verhaal over wat ons wijkbewoners ‘ons’ maakt. Welke waarden en ervaringen delen we? Wat is onze identiteit? Een verwelkomend en inclusief verhaal waar iedereen een plek voor zichzelf in ziet.
  3. Een verhaal over nu. Dit is het verhaal dat zelfs de meest apathische wijkbewoner overtuigd dat verandering mogelijk is en dat ze een actieve rol kunnen spelen in die verandering. Een verhaal van woede, hoop, actie en zicht op een oplossing.

Verhalen

  • Vertel een echt en oprecht verhaal, maak het ‘spannend’ en invoelbaar.
  • Hou het kort en bondig.
  • Blijf mensen inspireren met je eigen verhaal. Herhaal je verhaal.
  • Spreek altijd over wij (namens de wijk) en niet over de wijk als iets externs.

4. Teamwerk en structuur

Organising is teamwork. Het is cruciaal om te bouwen aan sterke teams en structuur. Daarmee wordt het makkelijker om nieuwe mensen een plek te bieden, een strategie uit te voeren en actie te ondernemen. Mensen willen het gevoel hebben dat ze op hun plek zijn en onderdeel uitmaken van iets groters.

Een sterk team is groot genoeg om het werk te dragen maar klein genoeg om slagvaardig te blijven. Heeft een gedeeld doel, een of meer, dienende leiders en is divers genoeg om een afspiegeling van de wijk te zijn. Er is een duidelijke taakverdeling en er is onderling vertrouwen. Het heeft een identiteit; een naam en een karakter. Het heeft plezier, viert succes en draagt samen tegenslagen.

Structuur

Als een team te groot wordt (twaalf is de max), is structuur nodig. Zonder structuur is geen effectieve samenwerking mogelijk en kun je geen strategie uitvoeren. Een organising-structuur werkt als een sneeuwvlok. Meerdere teams werken met elkaar samen en er zijn oneindig veel nieuwe teams toe te voegen. Het is iedereen duidelijk wat van die teams verwacht wordt en hoe ze onderling communiceren en besluiten nemen. In het verhaal van Amsterdam Noord is zelfs een bestuur en een vertrouwenspersoon aangesteld. Later in het proces zijn de taken duidelijk verdeeld over verschillende commissies.

Teamwerk en structuur

  • Een sterk team is cruciaal, het is niet te groot en niet te klein.
  • Meerdere teams werken samen in een sneeuwvlokmodel, zoals op het plaatje.
  • In een team en in meer teams is duidelijk wat het gezamenlijke doel is en wat er verwacht wordt.

5. Leiderschap vinden en ontwikkelen

Organising is ook: op zoek gaan naar leiderschap. Zonder leiderschap is een groep besluiteloos, worden onderlinge conflicten niet opgelost en durft de groep geen risico te nemen. Maar wat is leiderschap?

De definitie van leiderschap die Marshall Ganz, organising expert aan de Harvard universiteit, gebruikt voor leiderschap is: “Anderen in staat stellen om verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan het doel van een groep in een onzekere context.”

Een leider is niet De Baas, maar neemt verantwoordelijkheid voor het geheel en de eigen taken, kan mensen aan zich binden, ze stimuleren om zich ondanks tegenslag en onduidelijkheid in te blijven zetten voor het gezamenlijke doel. Een leider ondersteunt besluitvorming, koppelt de juiste persoon aan een taak of rol, lost interne conflicten op, smeedt een team, zet de strategie uit en vertegenwoordigt de groep naar buiten.

Niet iedereen heeft het in zich om leiderschap te nemen. Leiders zijn de mensen die door anderen in de wijk worden aangewezen als iemand tegen wie ze opzien. Naar wie ze gaan als er problemen zijn of degenen waarvan ze weten dat ze een groot netwerk hebben in de wijk.

Leiderschap

  • Een leider is niet De Baas maar dient de groep.
  • Een leider stelt anderen in staat om verantwoordelijkheid te nemen.
  • Niet iedereen heeft het in zich om leiderschap op zich te nemen.

Het verhaal van Lisan, die haar achtergrond en ervaring aanwendt om haar buurtgenoten te organisen, is een goed voorbeeld van leiderschap zoals het hier bedoeld wordt.

6. Strategie: een plan om te winnen

Wijkbewoners hebben een strategie nodig om capaciteiten en middelen die aanwezig zijn in te zetten. Een strategie moet toegankelijk en begrijpelijk zijn voor iedereen. Een goede strategie laat zien welke opties er zijn, waar de mensen zijn die zich aan willen sluiten, wat de mogelijke reactie is van je tegenstanders, hoe je omgaat met tegenslag en hoe je kan profiteren van je successen.

De eerste stap in het ontwerpen van een strategie is onderzoeken of het probleem dat je aan wil pakken Breed gedragen, Oplosbaar, Nu en Diep gevoeld is (BOND). Zo ja, dan is het geschikt om met community organising aan te pakken.

De machtsstructuur rond een probleem moet in kaart gebracht worden. Organisers werken met de aanname dat macht niet van boven komt, maar dat macht steunt op acceptatie of actieve steun van onderop.

Verder heeft een organiser overzicht nodig op wie bondgenoten en tegenstanders en wie passief en actief deelnemen of zich verzetten. Zo kunnen tegenstanders geïsoleerd worden, wellicht nog wat passieve bondgenoten over de streep naar actief getrokken worden en verschuift als het goed is uiteindelijk de publieke opinie en het machtsevenwicht.

Strategie gaat over opbouwen en keuzes maken. Je kunt niet alles tegelijkertijd. Je start met die eerste paar buurtbewoners aan een keukentafel en werkt naar die grote actie waar de hele wijk bij betrokken is, om uiteindelijk bij een oplossing uit te komen. Doe dit stap voor stap. Bouw pauzes in je campagne om bij te komen, de stand op te maken en een volgende stap voor te bereiden.

In het verhaal uit Broek in Waterland komt mooi naar voren hoe bewoners zelf aan de slag zijn gegaan met een alternatief plan, daar de middelen en aandacht voor gegenereerd hebben en succes hadden!

Strategie

  • Moet toegankelijk en duidelijk zijn voor iedereen.
  • Moet door de BOND test.
  • Bondgenoten en tegenstanders en hun houding moeten in kaart gebracht worden.

7. Actie!

Buurtteams, check. Strategie, check. Een goed verhaal, check. Leiders, check. Geluisterd naar de wijk, check. Tijd voor actie! Tijd voor het omzetten van al het werk in daden. Dat kan een klassieke actie zijn met protestborden en spandoeken, maar het kan heel veel andere vormen aannemen. Langs de deuren gaan met een petitie of een toneelstuk op straat waarin wordt verteld hoe de oplossing van het probleem er uit gaat zien.

Sterke acties hebben meerdere van de volgende eigenschappen.

  • Een sterke actie is eenvoudig.
  • Een sterke actie lokt een reactie uit van je tegenstander.
  • Een sterke actie nodigt mensen uit zich aan te sluiten bij je buurtgroep.
  • Een sterke actie sluit aan bij de emotie in de wijk.
  • Een sterke actie geeft deelnemers een goed gevoel en moedigt aan om door te gaan.
  • Een sterke actie is goed voorbereid.
  • Een sterke actie versterkt je lobby of onderhandeling.
  • Een sterke actie past binnen je strategie en stelt je in staat de volgende stap te nemen.
  • Een sterke actie levert een plaatje in de krant op dat in één keer je verhaal duidelijk maakt.

6. Maar wat doet de overheid?

Nu alles is verteld hoe je je buurt organiseert in een conflict, speelt natuurlijk ook de vraag hoe de overheid hierop kan reageren. Zij worden regelmatig gepositioneerd als ‘de andere kant’ in datzelfde conflict. Overheden, landelijk en lokaal, zijn altijd bezig zich te verhouden tot inwoners en hun gemeenschappen. Zo heb je de right to challenge, een aanpak waarbij bewoners overheidsdiensten over kunnen nemen in hun eigen wijk en zijn wijkraden weer in opkomst.

Daarnaast spelen grotere concepten een steeds nadrukkelijkere rol. Zoals de civil society, waarbij de driehoek samenleving, overheid en markt opnieuw bekeken wordt. De lijn ‘overheid - markt’ is stevig verankerd in beleid en regelgeving, maar die tussen ‘overheid - samenleving’ moet verbeterd worden om een gelijkwaardig speelveld te creëren. In het verlengde hiervan schreef de Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde in het najaar van 2023 dat actie nodig is om de democratische rechtsorde en de verbinding tussen overheid en burgers fundamenteel te versterken.

Terwijl bovenstaande vraagstukken bijdragen aan de betrokkenheid van gemeenschappen bij besluitvorming, merken veel mensen individueel juist een gebrek aan grip op hun leven en voelen ze zich een speelbal van de overheid en de bijbehorende instituten. Tegelijkertijd voelt het voor velen dat het bedrijfsleven juist mag doen en laten wat ze wil. Hierdoor neemt het vertrouwen af en daarmee de deelname aan de maatschappij. De veelgeroemde maakbaarheid verdwijnt.

Daarom zouden overheden niet moeten verkrampen als bewoners zichzelf organiseren. Ook niet als dit in eerste instantie niet strookt met de plannen die ze zelf hebben. Het is van belang dat juist overheden luisteren naar bewoners, hun problemen serieus nemen en daar naar handelen.

Als buurten zich organiseren zou dat juist gewaardeerd en ondersteund moeten worden, zodat tal van maatschappelijke problemen worden opgelost. Overheden en gemeenschappen hebben elkaar nodig en daarom moeten ze goed afstemmen en afspreken wie waarover gaat. Uiteindelijk reiken de mogelijkheden van de overheid om problemen op te lossen nooit tot in de haarvaten van de samenleving. Daarvoor heb je gemeenschappen op behapbare schaal nodig: de buurten en wijken. Zoals schrijfster en organiser Margareth Wheatley zegt: ‘Wat je probleem ook is, de oplossing ligt in de wijk!’

7. Literatuurlijst, lees- en luistertips

Ben je enthousiast geworden na het lezen van deze verkenning en wil je verder lezen, meedoen of meer weten? Hieronder een aantal linkjes naar teksten, clubs enzovoorts die ons hebben geholpen en geïnspireerd deze tekst te schrijven:

Boeken:

Websites:

Podcast:


Tot slot

Deze handleiding is geschreven in opdracht van LSA Bewoners.

Interesse in het volgen van een training? Neem hier contact op.

Deze handleiding is onderdeel van de ‘toolbox voor bewegingen’. Deze toolbox bevat nog meer korte digitale handleidingen, met basiskennis over strategie, bewegingsopbouw, actievoeren en organizing.

Ook wij houden van leren. Dus heb je ideeën om deze handleiding te verbeteren of aan te vullen met jouw ervaringen? Laat het ons weten!

Terug naar Toolbox Organizing en Strategie