Kleur-klasse: communicatie onderzoek naar een weerwoord op zondebok retoriek.
Het zondebokverhaal domineert het politieke debat In Nederland. Migranten en mensen van kleur krijgen de schuld van alle crises in Nederland, met alle schadelijke gevolgen van dien. Dit is niet alleen een trend in Nederland; ook in andere Europese landen en de Verenigde Staten zien we dat zondebokpolitiek hoogtij viert en veel kiezers aanspreekt. Stroomversnellers liet samen met DeGoedeZaak en Deepcanvassing onderzoek uitvoeren naar de toepassing van het Kleurklasse narratief in het Nederlands en in een Nederlandse context. Het Kleurklasse narratief heeft zich bewezen in onder andere de VS en UK, maar is het ook hier effectief? Met de resultaten uit het onderzoek gaan we onze workshop Kleurklasse narratief verder verbeteren.
De belofte van het Kleurklasse verhaal is dat het een krachtig, proactief, progressief en winnend verhaal vertelt. Een overkoepelende, waardegedreven en verbindende boodschap die in de Verenigde Staten en andere landen in grootschalig onderzoek beter scoorde dan zowel het rechtse angstverhaal als de gangbare progressieve verhalen.
Of dat ook in Nederland zo werkt, en in welke vorm, is precies wat wij onderzochten.
In allerlei landen is uitgebreid onderzoek gedaan naar de toepassing en effecten van het Kleurklasse narratief. Wat nog ontbrak was Nederlands onderzoek naar de vorm en inhoud van dit narratief, op een manier die past bij de Nederlandse burger/kiezer en de Nederlandse maatschappelijke en politieke context.
Dit onderzoeksrapport draagt bij aan een onderbouwde vertaalslag en legt de basis voor aanvullend onderzoek én toepassing in de Nederlandse praktijk.
Wat we vonden, in het kort:
De onderliggende analyse van het Kleurklasse verhaal wordt breed herkend, ook buiten progressieve kring: vrijwel niemand verdedigt het idee dat migranten de oorzaak zijn van de wooncrisis. Er is draagvlak voor het narratief, het grootst op het thema wonen. De weerstand die er is, zit niet op de analyse maar op de verpakking: het aanwijzen van “de allerrijksten” als schuldigen, de scherpte van de toon en de geloofwaardigheid van de claims. In gesprek bouwen ook kritische deelnemers de kern van het verhaal zelf op. En belangrijk voor wie het gaat toepassen: draagvlak voor een tekst is iets anders dan het effect van een tekst. Dit rapport levert daarom geen kant-en-klare formule, maar onderbouwde bouwstenen, aanbevelingen en de testagenda die daarbij hoort.
Hoe hebben we dit onderzocht?
• Peilingen onder representatieve samples van de Nederlandse bevolking, i.s.m. Ipsos I&O;
• Vier focusgroepen met verschillende doelgroepen, i.s.m. Taalstrategie;
• Praktijkgericht testen met eigen achterban, in communicatiecampagnes, workshops en webinars.
Onze voornaamste aanbeveling
We zien dit rapport als een startpunt, niet als een eindpunt. Er ligt een duidelijke, veelbelovende basis waarop progressief Nederland verder kan bouwen, en dat doen we het liefst samen.
We hopen dat dit rapport lezers inspireert om met het Kleurklasse narratief aan de slag te gaan. Alle projectpartners helpen graag dat mogelijk te maken. Samen zorgen we dat een verhaal van hoop, solidariteit en handelingskracht luid genoeg weerklinkt: doorverteld, herhaald en overgenomen.
1. Benoem de zondebokdynamiek kort en stellig, in de context van het thema. Gebruik het woord zondebok: mensen kennen het en gebruiken het zelf. Een formulering als “ondertussen wijzen sommige politici naar migranten als oorzaak van het woningtekort” houdt de dader generiek en maakt het herkenbaar zonder uitleg. En het woord “ondertussen” legt de afleidings-link zonder opzet te claimen.
2. Maak de schuldige een systeem met gedrag, geen persoon met bezit: Opkopen, leeg laten staan, lobbyen. Concretiseer met herkenbare voorbeelden.
3. Zeg erbij wie je níet bedoelt: De hardwerkende ondernemer, ouders die een huis voor hun kind kopen. Zonder die zin leest een deel van onze achterban én midden zichzelf in de villain.
4. Houd claims actueel en onaanvechtbaar, en toon afzender en onderbouwing. Het midden factcheckt en vraagt wie er spreekt.
5. Zet de oplossing minstens zo centraal als de dader, en onderbouw hoop met een precedent.
6. Test dosering van kleur en/of andere identitaire verschillen: De gedeelde situatie kan de opening dragen. Maak het niet te binair (“wit of zwart”)
De analyse onder het narratief is sterk en herkenbaar. De verdeel-en-heers-dynamiek wordt in alle groepen herkend en deels spontaan verwoord. De gedeelde-waarden-opening en de probleemstelling roepen geen weerstand op. Dat is de kracht: het narratief verwoordt iets dat mensen al half weten. In gesprek werkt het narratief nu al. Zelfs de meest kritische deelnemers bouwen de kern van het verhaal zelf op zodra er ruimte is om door te praten. Het narratief biedt de frames die zo’n gesprek naar die kern leiden: de zondebok benoemen, de schakels van lobby en media, het gedeelde belang. De weerstand wijst de ontwerpopgave aan. Als kant-en-klare, scherpe tekst verliest het verhaal een deel van het midden op personalisering, eenzijdigheid en geloofwaardigheid. Bij een deel van de eigen achterban speelt dezelfde reflex. Maar die weerstand is precies gelokaliseerd, en daarmee bruikbaar: de groepen leverden de juiste dosering per doelgroep en per vorm. In een gesprek kan het volledige verhaal ontstaan. In massacommunicatie werkt het lichter, met de dynamiek benoemd, het systeem als dader en de oplossing voorop.
Weerstand is bovendien geen bewijs van ineffectiviteit. Dat mensen een boodschap kritisch beoordelen, zegt niet alles over wat die boodschap doet. Internationaal en Nederlands onderzoek laat zien dat teksten die weerstand oproepen beleidssteun toch kunnen verschuiven. In een nog niet gepubliceerd Nederlandse test van Rutgers en Countdown 2030 leverde de tekst met de meeste weerstand (een Kleurklasse variant) de grootste positieve verschuiving in beleidssteun op. Daarom is de volgende stap testen op effect in plaats van op bijval.
Het narratief vult de gaten die de groepen zelf aanwijzen. De progressieve achterban mist een weerwoord tegen zondebokretoriek en kampt met moedeloosheid. Het Kleurklasse narratief kan precies dat hoopvolle weerwoord leveren: een gedeeld verhaal, een concreet precedent en een uitvoerbare eerste stap. En de versterkingen die deelnemers zelf aandroegen (de lobby, de media, het 1%-cijfer) passen naadloos in het narratief.
Het gesprek zelf bleek depolariserend. In beide middengroepen toonden deelnemers zich opgelucht te merken dat anderen genuanceerder denken dan het publieke beeld suggereert: de soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Mensen overschatten hoe extreem de ander is, en media en algoritmen versterken dat beeld. Het gesprek corrigeerde dat. Voor de weerbaarheid van de democratie is dat een bevinding op zich: hoe je zulke gesprekken op grote schaal voert, is precies wat we willen uitzoeken.
Back to overview