Wooncoöperaties: samen wonen is samen werken
Nu al een goeie twee jaar zet ik me in bij het dagelijkse reilen en zeilen van De Woonwolk, een wooncoöperatie die hard op weg is om in de nieuwe wijk Buiksloterham in Amsterdam-Noord een gebouw te zetten van 51 appartementen, voor starters, gezinnen en alles daartussen. We doen dat samen: we bezitten het hele gebouw samen, gaan als vereniging samen de hypotheek aan, runnen het project samen en delen straks naast een voordeur ook gemeenschappelijke ruimten, een tuin, voorzieningen en een gemeenschap. Het ziet er naar uit dat — knock on wood — er in de herfst kan begonnen worden met de bouw.
En we zijn met dit initiatief niet de enige. In Amsterdam alleen al zijn er op dit moment een tiental wooncoöperaties die in verschillende stadia van ontwikkeling zijn, en er is ook landelijk steeds meer financiële steun voor dit soort initiatieven. Daarnaast is het in het algemeen ook steeds gebruikelijker om collectief te wonen, zij het als coöperatie, of in een andere vorm. Het wordt, in een steeds nijpendere woningmarkt en met een groeiende eenzaamheid in zowat elk segment van de samenleving een hele logische beslissing gemeenschappelijkheid op te zoeken: zowel voor de portemonnee als voor de gezelligheid.
Dat die keuze voor de hand ligt, betekent natuurlijk niet dat het ook echt doen simpel is. Een woongroep in aanbouw heeft heel wat overlap met politiek organizing, met dat verschil dat er geen beslissingen moeten worden gemaakt over politieke strategie, maar op welke concrete manieren je wil samen wonen, waar je dat wilt doen, en wat dat mag kosten. Bij De Woonwolk, bijvoorbeeld, hebben we lang nagedacht over hoe we beslissen wie recht heeft op welk woningtype, en moeten we bij elke stap in het proces opnieuw een manier vinden om de eisen van de bank en gemeente, de wensen van de groep en de huurprijs in balans te houden.
Ook eens je woongroep dan eindelijk kan intrekken, is het werk niet af, integendeel. De wijsheid zegt dat de prijs die je betaalt voor gemeenschap je af en toe irriteren is. Je blijft samen beslissingen maken, en nu ook over wie de spreekwoordelijke afwas doet. Dat daar conflict bij komt kijken, is heel natuurlijk. Zonder wrijving geen glans!
Stroomversnellers helpt woongroepen in alle vormen en maten met die uitdagingen. Veel van onze trainers wonen zelf collectief, of timmeren daar aan (Rover, Harriet, Tien, Herman en ik) en begrijpen goed dat dat, naast heel gezellig, niet altijd makkelijk is. Vanuit die ervaring, en de bredere kennis die we hebben over organizing, bieden we trainingen en handleidingen in consensus besluitvorming, effectief en inclusief vergaderen en faciliteren, of staan we woongroepen als externe facilitator bij in moeilijke beslissingen. We denken ook graag samen na over hoe je effectief samenwerkt en je groep structureert, of omgaat met verschillende vormen van marginalisatie binnen een groep. En ook als het echt misloopt kunnen we helpen: met trainingen in conflictvaardigheden uit voorzorg, of conflictmediatie in het moment zelf.
Maar wat je er in stopt haal je er zeker en vast dubbel en dik weer uit. Niet enkel uit financiële of gezelligheidsoverwegingen. Samen timmeren aan een gemeenschap laat ons zien hoe ver mensen in het dagdagelijkse van elkaar geïsoleerd zijn, en leert ons de wonden die die afstand slaat, te verzorgen. Collectief wonen is een politiek statement, of dat zo bedoeld is of niet: Dat je het echt ook samen kan doen, dat een veerkrachtige groep rondom je, die met al haar overeenkomsten en verschillen zichzelf kan organiseren en voor zichzelf en de wereld rondom zich kan zorgen, al die complexiteit meer dan waard is.
Geschreven door: Robin Ramael (die/diens)
Terug naar overzicht