10 tips voor een goede workshop op de Pinksterlanddagen
“Mag ik al weg?” Ik heb dat weleens gedacht, in een te warme tent, te dicht op elkaar, twijfelend of het sociaal geaccepteerd was om ’m nu al te peren. Er waren al drie mensen eerder ontsnapt aan de lange ongestructureerde monoloog of de introductieronde van drie kwartier. En bij Stroomversnellers hebben trainers dit aan het begin van hun opleiding ook weleens gedacht, als een deelnemer maar door-emmerde zonder heldere kans om te onderbreken.
Een workshop geven is meer dan alleen inhoudelijk voorbereid zijn. Een workshop is een kans om mensen bij elkaar te brengen, om na te denken over kennisoverdracht en hoe connectie tussen mensen te faciliteren. Paolo Freire, een linkse pedagoog, stelt dat mensen niet goed leren in wat hij noemt ‘het bankingsysteem van educatie’. Daar bedoelt hij mee: de student luistert, de leraar praat. De student wordt gezien als een leeg vat waar informatie in gestopt moet worden, en de leraar is de bezitter van de kennis. Freire stelt dat mensen leren door actie, reflectie en de kennis zelf te ondervinden. Niet een leraar die boven de leerling staat, maar de leraar als iemand die een proces faciliteert waar mensen kennis in hun eigen context plaatsen en toepassen. In onze samenleving is het heel normaal om op een stoel te zitten, waar iemand erg efficiënt en stapsgewijs aan jou uitlegt wat je moet leren voor je examen. De PL is een mooie kans om hier eens doorheen te breken en te experimenteren met leervormen die zorgen voor meer verbinding onderling, gemeenschap, en we zoeken naar manieren om theorie toepasbaar te maken.
Dus bij deze een aantal tips om dat te doen!
1. Wat wil je dat mensen leren?
Als jij een leerproces gaat ontwerpen, is het belangrijk dat je helder hebt voor jezelf wat je precies wilt dat mensen leren. Een workshop is kort en je moet keuzes maken over wat je realistisch in de tijd kan doen. Probeer afwisseling te hebben tussen informatie geven, iets uitproberen en daarop reflecteren. Je kan dit template gebruiken. Het helpt om te denken: als de mensen uit de tent lopen, weten of kunnen ze de volgende dingen? Dit is de start van je ontwerpproces. Een voorbeeld:
- Mensen zijn bekend met Support en Recovery Amsterdam en weten de organisatie te vinden.
- Participanten hebben X-communicatietechniek geoefend.
- Participanten hebben geleerd over 3 manieren om het zenuwstelsel te kalmeren en hierover uitgewisseld.
- Participanten weten waar ze meer inhoudelijke informatie kunnen vinden.
Eventueel kan je kijken naar de leerdoelen van Bloom, of proberen SMART-goals te formuleren. Maar ook twee of drie bulletpoints kunnen al helpen scherp te houden wat je eigenlijk wilt doen en waarom!
2. Dit is niet alleen jouw workshop, dit is een kans voor bewegingsopbouw!
Een ruimte die gevuld is met mensen die allemaal dezelfde interesse hebben, dat is eigenlijk iets best bijzonders. Je workshop kan de plek zijn waar een nieuw collectief, actie-idee of vriendschap kan ontstaan. Als mensen in een workshop maar weinig met elkaar interacteren, is dat een gemiste kans.
Probeer interactie in je ontwerp mee te nemen. Een goede regel kan zijn dat iedereen in de workshop minimaal 1 keer heeft gepraat en minimaal met 3 verschillende mensen. Dit kan je inbouwen door iedereen in een klein groepje zich aan elkaar te laten voorstellen. Dan in een ander groepje een vraag laten beantwoorden, en weer in een andere groep een oefening uitvoeren. Als je mensen voorover laat leunen en iets laat doen, is de kans ook groter dat ze zich aan het onderwerp verbinden en daardoor ook met elkaar. Als mensen de workshop hebben verlaten, hebben ze weer iemand om mee te praten in de etensrij van Rampenplan en dat is hoe we van een groep mensen met dezelfde interesse naar een beweging groeien. Probeer dit als facilitator in je achterhoofd te houden.
3. Vorm en inhoud
Nu je weet wat je wilt bereiken met je workshop, kan je over de vorm gaan nadenken. Bij een lezing is de vorm vaak een presentatie en iemand die praat. Bij een workshop worden mensen zelf aan het werk gezet. Door te oefenen, iets te maken en kennis toe te passen. Als je weet wat je inhoudelijk wilt behandelen, kan je gaan speuren hoe je mensen naar eureka momenten toe kan leiden, op welke manier je wilt dat mensen oefenen en hoe je de workshop wilt opbouwen. Je kan verschillende werkvormen en oefeningen vinden op https://www.werkvormen.info.
4. Veiligheid vanaf het begin
Een veilige groep is een groep waar mensen dingen met elkaar delen, durven kwetsbaar te zijn en zichzelf laten zien. Om tot dat punt te komen, heeft een groep tijd nodig, maar een facilitator kan dat proces ook een duwtje in de goede richting geven. Dit noemen we in de trainingswereld ‘een container bouwen’. Dit doe je door mensen goed aan elkaar te laten snuffelen voordat ze met elkaar de inhoud induiken. Bij een korte workshop kan dit niet zo relevant voelen, en het is meer iets wat je inzet voor een langere workshop of een nieuwe groep. Maar dat half uurtje dat je gebruikt om mensen even aan elkaar te laten snuffelen, kan een groot verschil maken in jouw workshop. Je kan wat verlegenheid wegnemen, interactie op gang brengen en mensen laten zien dat de groep een fijne plek is. Dit geeft jouw workshop een kickstart in de goede richting en zorgt er in het beste geval voor dat mensen meer durven, sneller aan het oefenen gaan en zichzelf laten zien.
5. Maak een draaiboek!
Nu je hebt bedacht wat je gaat doen, kan je een draaiboek in elkaar gaan zetten. De meeste workshops hebben een introductie, een oefening die de interesse naar het onderwerp wekt, een hoofdoefening, een terugkoppeling, een blokje theorie en een afsluiting. Hoe je dit aankleedt en in een logische volgorde stopt, is natuurlijk aan jou. Een draaiboek helpt om met zelfvertrouwen voor je groep te zitten, om een route te hebben door de workshop heen. Dit helpt je ook om je aan de tijd te houden, want je weet hoeveel tijd je wilt gebruiken per onderwerp. Probeer hier zo exact mogelijk een tijd bij te zetten, zodat je snel doorhebt wanneer je uitloopt.
6. Verwachtingsmanagement
Leg in je workshop uit wat mensen gaan doen aan de hand van je leerdoelen en hou je daaraan. Mensen hebben duidelijkheid nodig, vooral in een nieuwe groep, en jij als facilitator bent verantwoordelijk voor die duidelijkheid. Als je een workshop geeft met veel oefenen, zeg dat. Als je workshop stiekem geen workshop is, maar een lezing, vermeld dat. Zowel in de tekst die je aanlevert over je workshop als bij je introductie. Dit zorgt ervoor dat je de mensen die naar je workshop komen, hebt voorgesorteerd en de mensen die er zitten, er zijn voor wat jij gaat doen!
7. Privilege en macht in groepen
Wij leven in de maatschappij en de maatschappij leeft ook in ons. Bewust en onbewust gedragen we ons naar onze ervaringen en socialisaties en dit kan ervoor zorgen dat machtsdynamieken uit de maatschappij de kop opsteken bij een workshop. Als je hier meer over wilt lezen kan dat hier. Een paar kleine dingen die jij kan doen die helpend kunnen zijn: stel jezelf voor met je naam en je voornaamwoorden en verbeter iemand als een deelnemer iemand misgendert. Denk na over wie de mainstream is in de groep, en wie de marge, en hoe je ervoor kan zorgen dat de workshop inclusief is voor iedereen. Bedenk voor de workshop goed voor wie de workshop is, en probeer mensen actief uit te nodigen voor participatie. Een manier om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld niet alleen mensen met groot zelfvertrouwen aan het woord zijn, is om niet te veel in plenaire momenten te verzuilen, in kleinere groepjes te werken en door mensen actief uit te nodigen om te participeren. Het is helemaal oké om te zeggen: “Ik zou graag mensen die nog niet iets gedeeld hebben tijdens de workshop uit willen nodigen om iets te delen.” Of: “De mensen die al gedeeld hebben, wil ik graag uitnodigen om een stapje terug te doen, en mensen die dat nog niet hebben gedaan een stapje vooruit.”
8. Dit is jouw schip en jij bent de kapitein!
Daar zit je, met je draaiboek en je voorbereiding. Nu komt het gedeelte dat je niet kan voorbereiden. Namelijk de groep die voor je zit. Het kan best spannend zijn om zo voor de groep te staan en te hopen dat ze meebewegen. Jij bent nu verantwoordelijk voor wat er op jouw schip gebeurt en dat het een fijne, veilige en respectvolle sfeer heeft. Het is belangrijk om te onthouden dat jij de kapitein op het schip bent, en als mensen proberen het schip ergens anders naartoe te duwen, of veel ruimte (en tijd) innemen, dat je een interventie kan doen. Sterker nog, uit respect voor de deelnemers is het belangrijk dat jij de regie houdt. Dit zorgt ervoor dat mensen zich op de workshop kunnen focussen en niet op wat er allemaal nog meer in de ruimte gebeurt. Mensen ontspannen zich als ze het vertrouwen hebben dat jij weet wat je doet. Dit vertrouwen wek je door voorbereid over te komen en te interveniëren als dat nodig is. Een goede en respectvolle manier om iemand te onderbreken (mocht dit nodig zijn) is door met iemand kort mee te praten, en daarna het woord weer terug te nemen.
9. Stel vragen die uitnodigen
Hoe vager de vraag, hoe breder het antwoord. Hoe specifieker de vraag, hoe gerichter het antwoord. Bedenk dus wat voor soort antwoord je wilt krijgen, wat de groep of de deelnemers nodig hebben voor de voortgang van de workshop of het laten landen van de doelen.
Een vraag is een uitnodiging. Een uitnodiging tot nadenken, soms een uitnodiging voor specifieke personen of specifieke ervaringen. Hoe vager de vraag, hoe groter het antwoord, hoe specifieker de vraag hoe specifieker het antwoord. Je kan bijvoorbeeld vragen: Op welke manieren pas jij de principes van support en recovery al toe in je activisme? Of: wat is jouw ervaring met support en recovery. Bij dit voorbeeld kan je zien dat de eerste vraag vrij specifiek is, het gaat over het toepassen van specifieke principes. De andere vraag kan op meer verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Een vage vraag kan ook uitnodigend werken omdat je niet altijd specifieke voorkennis nodig hebt om hem te beantwoorden. Gebruik makkelijke vragen in het begin, om mensen wat los te krijgen en specifiekere vragen later, om de geleerde kennis toe te passen. Een extra tip: je kan ook altijd een vraag net iets specifieker maken door een bepaalde groep mensen uit te nodigen om te spreken. Bijvoorbeeld mensen die nog niet gesproken hebben, of mensen die een specifieke ervaring hebben.
10. Voeg een reflectie/call to action/next steps/integreer dit in je leven-deel toe
Zorg dat het niet vervliegt, maar geef vervolgstappen hoe mensen hiermee aan de slag kunnen gaan, een expliciete uitnodiging om door te praten of materiaal toe te passen, laat ze zich inschrijven voor je nieuwsbrief, stickers plakken, mensen organiseren, of iets anders doen. Was je doel een workshop op de PL geven? Of ook je beweging versterken, mensen empoweren, kennis delen? Zorg dat het effect van je workshop beklijft en zich verspreidt.
Op de website van Stroomversnellers zijn veel hand-outs en tips te vinden. Als mensen na jouw workshop blijven hangen om door te praten, elkaar opzoeken bij het eten of met nieuwe ideeën weglopen, dan is er waarschijnlijk iets goeds gebeurd. Veel plezier met jouw workshop op de Pinksterlanddagen!
Door: Rover Versteeg
